Appingedam slaagt niet in weren Bristol van woonboulevard

Foto Wikimedia: Jungpionier

De Groningse gemeente Appingedam wil kleding- en schoenenwinkel Bristol weren van Woonplein Appingedam. Het Europese Hof van Justitie kende de gemeente dat recht in januari van dit jaar toe, maar de Raad van State verwierp de argumentatie achter dit streven woensdag in een tussenuitspraak. Appingedam heeft nu een half jaar de tijd om een verbeterd verweer op te stellen.

Woonboulevard

Visser Vastgoed wilde een van haar panden aan het buiten het centrum gelegen Woonplein verhuren aan Bristol. Hoewel het gebouw leegstaat stak de gemeente hier een stokje voor, omdat het gebied in het bestemmingsplan is vastgelegd als woonboulevard. Bristol zou zich daarentegen in het centrum moeten vestigen, zodat dit een bruisend stadshart blijft en hier leegstand wordt voorkomen.

Europese Hof en Raad van State

Het Europese Hof van Justitie oordeelde op verzoek van de Raad van State dat het bezwaar van de gemeente gerechtvaardigd was, maar diezelfde Raad vond de argumentatie die Appingedam aanvoerde niet waterdicht. De vestigingsbeperking dient sterker te worden onderbouwd. Hiermee houdt de Raad vast aan een door het Europese Hof bekrachtigde richtlijn, die beperkingen op de vrije mededinging streng reguleert. De gemeente Appingedam krijgt nu een half jaar de tijd om het verweer op orde te brengen. Anders rest niets anders dan het bestemmingsplan aanpassen en winkels als de Bristol aan het Woonplein toe te laten.

Ook buiten Appingedam lopen gemeenten tegen vergelijkbare kwesties aan, zoals in Leek en in de stad Groningen.

DELEN