Bindingseisen bij kaveluitgifte

Recentelijk viel in de media te lezen dat de gemeente Tubbergen, onder druk van de Vrom-inspectie, besloten heeft om bij het uitgeven van bouwkavels geen voorrang meer te verlenen aan mensen met een sociale binding. Uit jurisprudentie zou namelijk blijken dat ieder voorrrangssysteem in strijd is met de Huisvestingswet. De vraag is echter of dit werkelijk zo is.

Er zijn nogal wat gemeenten die bij kaveluitgifte voorrang willen verlenen aan mensen met een maatschappelijke en/of economische binding om te verhuizen. Uit het in 2006 gewezen ‘Doetinchem’-arrest volgt, weliswaar indirect, dat de Hoge Raad de uitgifte van bouwkavels ook ziet als een vorm van woonruimteverdeling. Er worden op de kavels immers woonruimten in de vorm van woningen en/of appartementen gerealiseerd. Voor zover dit zogenaamde woonruimten in de ‘vrije sector’ betreft, mogen er dan ook in principe geen bindingseisen worden gesteld. Een ieder moet dan in aanmerking kunnen komen voor een kavel. Dit is trouwens ook het geval indien een gemeente in een zogenaamd exploitatieplan kavels aanwijst voor particulier opdrachtgeverschap. Ook dan geldt in principe het recht op vrije vestiging.

In 2008 werd in kort geding korte metten gemaakt met een door de gemeente Uden gestelde bindingseis. Deze eis was zodanig ingericht dat sociaal of economisch gebondenen voorrang kregen op een kavel, waardoor niet-gebondenen geen reële kans meer hadden om een kavel te bemachtigen. Wat echter in juridisch opzicht te denken van een voorrangsregeling waarbij ook niet-gebondenen nog een reële kans hebben op een kavel? Een dergelijke regeling, welke bij mijn weten nog niet onder de rechter is geweest, is mijns inziens niet per definitie in strijd met de Huisvestingswet.

Wat hier ook van zij, er is nieuwe wetgeving aanstaande. De meest actuele voorstellen voor de Huisvestingswet 2012 bevatten een expliciete mogelijkheid om bouwkavels te laten verdelen met toepassing van een gemeentelijke huisvestingsverordening. Deze mogelijkheid geldt voor alle gemeenten en wordt niet alleen geboden aan gemeenten die hun woonruimtevoorraad niet of nauwelijks kunnen uitbreiden, maar ook aan groeigemeenten die te kampen hebben met een schaarste aan bepaalde categorieën van goedkope woonruimte.[3] De wetgever eist daarbij overigens wel dat een betreffende groeigemeente in eerste instantie maatregelen neemt om de woningvoorraad uit te breiden. Dit is volgens de wetgever echter een kwestie van de lange adem. Daarom mogen gedurende een termijn van vier jaren bouwkavels voor een deel van de goedkope woonruimte, waarvoor de prijsgrens in principe door de gemeente wordt bepaald, bij voorrang worden toebedeeld aan maatschappelijk en economisch gebondenen. Na verloop van deze vier jaren, kan dit systeem van voorrang verlenen alleen nog aan de orde zijn indien de noodzaak tot verdeling wordt aangetoond.

Vooralsnog is het afwachten of (en wanneer) de voorstellen voor de Huisvestingswet 2012 de eindstreep zullen halen. Tot die tijd zijn gemeenten nog gebonden aan de, mede door de rechterlijke macht ingekleurde, grenzen van de huidige Huisvestingswet.

DELEN