Bouwproductie neemt voor het eerst in vier jaar af

Foto Pixabay

De Nederlandse bouwproductie is in juni 2019 voor het eerst in bijna vier jaar gekrompen in vergelijking met het jaar ervoor. De productie kwam 4,7 procent lager uit ten opzichte van juni 2018. De laatste keer dat sprake was van een krimp, was in oktober 2015. Bovendien steeg de bouwproductie in de eerste vijf maanden van 2019 juist met 9,8 procent vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder. ABN Amro constateert dan ook een “duidelijke trendbreuk”.

Buijs: “Naar verwachting niet elke maand een afname”

Het hoogste groeipercentage van de afgelopen twaalf maanden werd in februari bereikt. Toen nam de bouwproductie met 12,6 procent toe. In de maanden daarop bedroeg de toename 8, 9,8 en 10,3 procent. De recente afname met 4,7 procent betekent een onderbreking van deze groeicurve. De onderzoekers van ABN Amro spreken dan ook van een “duidelijke trendbreuk”. Hoewel zij het doorzetten van de krimp niet uitsluiten, verwachten zij geen maandelijks herhalende productie- en omzetafname. “Wel zal het groeipercentage een stuk lager liggen dan in de eerste maanden van 2019”, voorspelt Madeline Buijs, Sector Econoom bij ABN Amro. Over heel 2019 voorziet zij voor de bouwsector een groei van ongeveer 4 procent, aanzienlijk lager dan de 7,7 procent groei van 2018.

Omzet loopt terug in vrijwel gehele sector

Ook de omzet van de bouwbedrijven in Nederland daalde. Zij zagen een krimp van 2,3 procent in vergelijking met juni 2018. Belangrijkste factoren zijn een gebrek aan capaciteit bij de bouwbedrijven, de hoge bouwkosten en de vertraging door lange gemeentelijke vergunningprocedures. Groeide de woning- en utiliteitsbouw in de eerste vijf maanden van 2019 nog met 14,6 procent ten opzichte van een jaar eerder, in juni noteert deze branche een krimp van 0,1 procent. Ook de installatie- (+0,2 procent), gespecialiseerde bouw- (-1 procent) en afwerkingsbedrijven (-1 procent) zagen dit terug in hun omzetontwikkeling. De omzetdaling was zelfs nog groter bij sloopbedrijven (4,8 procent), bouwers van (spoor)wegen en tunnels (7,8 procent), grond-, wegen- en waterbouwbedrijven (10,8 procent) en buizen- en kabelleggers (11,5 procent).

DELEN