Een derde vakantieparken Brabant in verval

Foto Rawpixel

Een derde van de vakantieparken in Brabant dreigt af te glijden in een neerwaartse spiraal, blijkt uit onderzoek van de provincie. Deze parken zijn zo verouderd, dat zij steeds minder in trek zijn bij toeristen. Uitbaters gaan op zoek naar nieuwe verdienmodellen. (Semi)permanente bewoners en criminelen nemen daarom hun intrek. “De verleiding kan heel groot zijn, maar de weg terug naar een gezond recreatief bedrijf wordt steeds moeilijker”, aldus onderzoeksleider Annelies de Witte van ZKA Leisure Consultants.

Geen toekomst

De provincie Brabant onderzocht het toekomstperspectief van 199 vakantieparken. De vrijetijdssector is belangrijk voor de Brabantse economie. Deze is goed voor meer dan 60.000 banen en bijna 2,5 miljard aan toegevoegde waarde. Voor iets minder dan de helft van de parken, 44 procent, voorziet de provincie geen problemen in de nabije toekomst. Maar liefst 35 procent heeft echter een gebrek aan kwaliteit en aan toekomstperspectief. Volgens de onderzoekers bestaat er geen kans dat toeristen op deze parken blijven afkomen. Exploitanten boren nieuwe inkomstenbronnen aan. “Brabantse ondernemers onderscheiden zich door passie en gedrevenheid; ze doppen graag hun eigen boontjes”, legt De Witte uit. “Dat zorgt voor vernieuwing en innovatie, maar de keerzijde is dat ze soms ook op zoek gaan naar alternatieve verdienmodellen wanneer het toerisme terugloopt.” Vaak gaat dit om de huisvesting van arbeidsmigranten, soms om criminele activiteiten. Dit staat een bestaan als recreatiepark in de weg.

Van Merriënboer: “Nadenken over saneren en sloop”

Het onderzoek van de provincie volgt uit het rapport Ondertussen in het buitengebied uit 2017. Dit waarschuwde voor ongewenste activiteiten in parken die leeg komen te staan. Een van de oplossingen is om arbeidsmigranten op deze locaties te huisvesten. Waar dit niet mogelijk of gewenst is, zijn volgens gedeputeerde Erik van Merriënboer harde maatregelen nodig. “Dat betekent dat je ook na moet denken over saneren en sloop, om daarmee ruimte te maken voor kwaliteit en om de kwetsbaarheid van ondernemers te verkleinen.”