Eerste Kamer verwerpt asbestverbod

Foto Pixabay

Een meerderheid in de Eerste Kamer heeft tegen het verbod op asbestdaken gestemd. Dit verbod had aanvankelijk vanaf 2025 en later vanaf 2028 moeten gelden. Senatoren vonden het voorstel echter overhaast en te rigoureus. Vervanging van de dakbedekking zou op deze termijn onbetaalbaar zijn voor huizenbezitters en ondernemers. VVD, CDA, PVV, PvdA en SGP stemden daarom tegen.

Van Veldhoven: “Schrijnende gevallen voorkomen”

In het voorstel van staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur) zette het kabinet in op een totaalverbod per 2025 en verplichte sanering van asbestdaken. De Tweede Kamer stemde eerder al in met het verbod, maar Eerste Kamerleden waren kritisch over de haalbaarheid en betaalbaarheid van het plan. Daarom stelde Van Veldhoven op de ochtend vóór de stemming nog voor om de ingangsdatum van 1 januari 2025 naar 1 januari 2028 te verschuiven. “Tegelijkertijd zal ik het voor gemeenten mogelijk maken om tijdelijk uitstel te verlenen uiterlijk tot en met 2030, in die gevallen waar asbestsanering als gevolg van bijvoorbeeld sloop of grootschalige renovatie in de tussenliggende periode reeds is voorzien”, schreef de staatssecretaris aan de senatoren. “Hiermee wil ik schrijnende gevallen voorkomen.” De tegemoetkoming bleek later die dag onvoldoende.

Boeren kritisch

Weerstand tegen het wetsvoorstel bestond in het bijzonder onder boeren. Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) pleitte daarom voor een herziening van de asbestsanering. “Een aantal boeren heeft de asbestdaken wel verwijderd, maar een veel groter deel nog niet”, stelt Jan Bloemerts van LTO Noord. Daarvoor noemt hij twee oorzaken. “Er is een capaciteitsprobleem, er zijn te weinig bedrijven die het asbest op een veilige manier van de daken kunnen halen”, aldus Bloemerts. “En er is een liquiditeitsprobleem, een aantal boeren heeft gewoon het geld niet om hun daken te saneren.” Nu de Eerste Kamer het voorstel heeft verworpen, is volgens Bloemerts de druk van de ketel.

DELEN