Eisen van woningzoekenden en woningverhuurders groeien uit elkaar

Foto Freepik

Steeds meer woningzoekenden zoeken in een slinkend aanbod goedkope huurwoningen. Daarbij zijn hun zoekeisen onrealistisch volgens Esteon, het huurwoningplatform dat het onderzoek uitvoerde. Zo ligt de richtprijs van de gemiddelde woningzoekende 22 procent lager dan de huurprijs die aanbieders van woningen per maand vragen. Het gemiddelde maandelijkse inkomen komt bovendien 21 procent tekort ten opzichte van de gemiddelde inkomenseis. Deze verschillen zijn aanzienlijk toegenomen tussen januari 2017 en september 2018.

Witkamp: “Woningzoekende zal eisen moeten bijstellen”

Esteon vergeleek de verwachtingen van 200.000 woningzoekenden met de eisen voor 63.000 huurwoningen uit de eigen database. “We zien dat de gemiddelde woningzoekende de eisen zal moeten bijstellen om op de huidige oververhitte huurmarkt kans te maken op een nieuwe woning”, aldus Gijs-Jan Witkamp, oprichter en directeur van Esteon. “Het inkomen van bijna driekwart van de woningzoekenden is slechts voldoende voor de goedkoopste helft van de huurwoningen, de concurrentie tussen huurders in dit deel van de markt is dan ook enorm.” Esteon wil deze problematiek oplossen door woningzoekenden te helpen bij het vinden van een geschikte huurwoning. Daartoe selecteert een slim algoritme realistische woningen, op basis van woonwensen en gebruikersgedrag.

Toenemende tekorten en concurrentie

Tussen januari 2017 en september 2018 liep het tekort van de maandelijkse maximale huurprijs die de gemiddelde woningzoekende hanteerde ten opzichte van de gemiddelde aangeboden huurprijs op van 141 euro tot 290 euro. Het verschil tussen het gemiddelde maandelijkse inkomen en de gemiddelde inkomenseis nam in diezelfde periode toe van 542 euro tot 829 euro. De concurrentie voor de goedkoopste helft van de huurwoningen is dan ook enorm. Aan het eind van 2018 wilden bijna vier op de vijf woningzoekenden hoogstens de huurprijs van woningen in dit segment betalen. Bijna driekwart van de woningzoekenden voldeed bovendien niet aan de inkomenseisen voor de duurste helft van de woningen. Esteon wijst de scheefgroei tussen besteedbare inkomens en huurprijzen en de mismatch tussen perceptie van en realiteit op de huurwoningmarkt aan als mogelijke oorzaken.

DELEN