Hoge faalkosten drukken winstmarges in de bouw

Foto Freepik

Bouwbedrijven zijn jaarlijks miljarden euro’s kwijt aan faalkosten, wat de winstmarges drukt. Uit onderzoek van ABN AMRO blijkt dat bijna vier op de tien bouw- en vastgoedbedrijven hun faalkosten op vijf procent of meer schatten. Hoge tijdsdruk, een gebrek aan personeel, onvoldoende voorbereiding en slechte communicatie op de werkplaats zijn volgens de ondervraagde bedrijven de belangrijkste oorzaken.

Voor miljarden aan fouten

ABN AMRO vroeg producenten van bouwmaterialen, aannemers, adviseurs en installateurs naar het percentage van de omzet dat zij besteden aan het herstellen van fouten. Voor bijna vier op de tien bedragen deze faalkosten vijf procent of meer. Doorgerekend voor de hele sector betekent dat vijf miljard euro aan onnodige kosten, op een totale jaaromzet van honderd miljard euro. De faalkosten zijn een belangrijke verklaring voor de lage winstmarges in de bouw en liggen in de bouw hoger dan in andere sectoren. Bouwbedrijven hebben dit zelfs vaak als een voldongen feit geaccepteerd. Ruim een kwart van de ondervraagden zag het terugdringen van de faalkosten dan ook niet als een prioriteit.

Van Heel: “Goede samenwerking cruciaal”

De hoge mate aan fouten wijt ABN AMRO onder meer aan de gefragmenteerde aard van het bouwproces. Hierbij zijn veel verschillende partijen betrokken. Zij werken zo snel mogelijk en tegen de laagste mogelijke prijs. Dit leidt tot fouten. ABN AMRO pleit daarom voor betere samenwerking en communicatie om de faalkosten te verlagen. Bouwbedrijven kunnen zo bovendien het beschikbare materieel en personeel efficiënter inzetten. “In een sector waarbij zoveel partijen één product maken, is een goede samenwerking cruciaal”, aldus Petran van Heel, sector banker Bouw en Vastgoed bij ABN AMRO. Daarbij liggen kansen in innovatie.  “Door nu in te zetten op innovatie kunnen bouwbedrijven zorgen voor lagere faalkosten op langere termijn.”

DELEN