Overbiedingsgekte leidt tot overmoed of ontmoediging

Foto Freepik

Eén op de vijf jonge Nederlanders is bereid te overbieden bij het kopen van een woning, zelfs als zij zich dit bod niet kunnen veroorloven. Tegelijkertijd laten twee op de vijf jonge huizenkopers zich ontmoedigen door de verwachting te worden overboden. Zij brengen daarom juist geen bod uit. Dat blijkt uit onderzoek van hypotheekadviseur Viisi.

Van der Lubbe: “Door de overbiedingsgekte is de concurrentie moordend”

Viisi vroeg meer dan duizend Nederlanders tussen de 22 en 35 jaar naar hun biedgedrag. Aanzienlijke delen van de ondervraagden overboden bij het kopen van een woning, of durfden juist niet te bieden. “Deze trends lijken in eerste instantie tegenstrijdig, maar de tweede is in feite een gevolg van de eerste”, legt medeoprichter van Viisi Tom van der Lubbe uit. “Door de overbiedingsgekte is de concurrentie zo moordend geworden dat een grote groep jonge kopers niet meer durft te bieden.” Naast de verwachting van overbieding, spelen toekomstige prijsontwikkelingen een rol. “Ruim 42 procent van de ondervraagden verwacht dat de huizenprijzen de komende jaren zullen dalen en wachten daarom met het kopen van een huis”, aldus Van der Lubbe.

Regionale verschillen

Desondanks is overbieden volgens Viisi niet in alle gevallen nodig. 35 procent van de ondervraagden heeft het eigen huis onder de vraagprijs gekocht, of kent mensen die hun huis onder de vraagprijs hebben gekocht. Prijsverschillen tussen stad en provincie zijn hiervoor een belangrijke verklaring. “Huizen in de provincie zijn over het algemeen minder in trek en worden daarom ook vaker onder de vraagprijs verkocht”, stelt Van der Lubbe. Hij ziet overbieden als een fenomeen dat voorheen voornamelijk in grote steden voortkwam, maar de laatste jaren in de hele Randstad is waar te nemen. “We verwachten dat deze ontwikkeling verder door zal zetten.”

DELEN