Terugblik: paneldiscussie met Feike Siewertsz van Reesema, Madeleine Maaskant, André van Stigt en wethouder Laurens Ivens.

Dit jaar werden van “De Prijzen” van 2015 van de Gemeente Amsterdam uitgereikt in PakhuisWest, waar zich ruim 800 genodigden hadden verzameld voor dit jaarlijks terugkerende evenement. Eén van de hoogtepunten van de avond was de paneldiscussie met 3 vastgoeddeskundigen; Feike Siewertsz van Reesema, Madeleine Maaskant en André van Stigt, tezamen met de Amsterdamse wethouder Laurens Ivens.
De paneldiscussie werd gevoerd aan de hand van 5 stellingen waarop zowel de deskundigen als het publiek een reactie konden geven. Naast inhoudelijke reacties had het publiek de mogelijkheid te stemmen naar aanleiding van de door de deskundigen bereikte consensus.

Woningbouw en Stedelijkheid

Stelling: “Er moeten meer middel-dure huurwoningen (€700-1000, p.m.) gebouwd worden en dat mag ten koste gaan van het aantal nieuwe koopwoningen. (Andre Buys, Rigo)
Het panel was het erover eens dat de vraag erg hoog is in dit segment en er een structureel tekort is ontstaan. Door de hoge opbrengsten die de Gemeente voor haar grond verlangt zijn ontwikkelaars vaak genoodzaakt huren van meer dan €1400,- per maand te verlangen die daarmee boven het middel-dure segment zitten,. De Gemeente kan de bouw binnen het middel-dure segment faciliteren door grond te hiervoor te “labelen” en ontwikkelaars een verplichting mee te geven omtrent het huurniveau. “De Overheid heeft toch de touwtjes in handen bij het uitgeven, waarbij zij genoegen moet nemen met een lagere grondopbrengst om huurwoningen betaalbaar te houden”, aldus Siewertsz van Reesema.

Stelling: “De enorme woningproductie van deze jaren is het gevolg van een tijdelijke inhaalslag na de crisis. (Pierre van Rossum)
Door de crisis is volgens het panel inderdaad een enorm tekort ontstaan, waardoor nu meer gebouwd wordt. Daarnaast is er meer interesse van binnen- en buitenlandse beleggers om te investeren in het bouwen van huurwoningen. Het tekort was zowel volgens het panel als het publiek niet van tijdelijke aard.

Stelling: “In Amsterdam moet overal compact hoogstedelijk gebouwd worden, gezien de vraag naar dit woonmilieu. (Eric van der Burg)
Binnen de daartoe aangewezen gebieden is hoogbouw een oplossing. Volgens het panel was het duidelijk dat er een sterke voorkeur is voor woningen binnen de ring, hoogbouw maakt dit voor een grotere groep mensen mogelijk. Een huis met een tuin is in Amsterdam moeilijk verkrijgbaar, daarvoor moet men buiten de stad wonen.

Erfgoed

“Behoud en herbestemming van bestaande gebouwen levert kwaliteit aan de stad en is duurzaam. Daarom gaat hergebruik voor sloop-nieuwbouw.” (Cees van ’t Veen, directeur van de RCE)
Het Panel en het publiek waren het erover eens dat dit sterk gebouwafhankelijk is. “Niet elk leegstaand kantoor kan succesvol herontwikkeld worden.”

“Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen genereren meer economisch rendement dan nieuwbouw”. (Marcel Schonenberg, directeur van de Beurs van Berlage)
Deze stelling werd tijdens de discussie vooral bekeken vanuit het oogpunt van duurzaamheid. Gebouwen zoals de Beurs van Berlage staan er al ruim 100 jaar, de grachtenpanden nog vele malen langer, terwijl nieuwbouw vaak na enkele decennia al gesloopt of getransformeerd wordt. Het gebruik van de materialen is daardoor heel duurzaam. In het dagelijks gebruik hebben deze panden echter vaak een hoog verbruik aan gas en elektriciteit waardoor ze juist weinig duurzaam zijn. Wanneer cultuurhistorische panden verduurzaamd kunnen worden, dan kunnen deze panden een goed economisch rendement leveren, aldus het panel.

Panel

Naast wethouder Lauren Ivens bestond het panel uit: Madeleine Maaskant (directeur Academie voor Bouwkunst, architect en voorzitter van de Zuiderkerkprijsjury), André van Stigt (directeur Buro van Stigt, bekend van o.a. iconen als Olympisch Stadion en de Hallen, tevens jurylid Brinkgreve Bokaal) en Feike Siewertsz van Reesema (private vastgoedbelegger en partner van Aventicum, ambassadeur van Professioneel Vastgoedbelang, bestuurslid Urban Land Institute Nederland en bestuurslid wonen RICS Nederland).