Wethouder wil meer sociale huur in Amsterdam

Foto Pixabay

Wethouder van Amsterdam Laurens Ivens wil het aandeel sociale huurwoningen in nieuw te bouwen woonwijken naar boven bijstellen. In plaats van de afgesproken 40 procent mikt hij op een percentage tot 60 procent. Waarschuwingen van ontwikkelaars en corporaties legt hij naast zich neer. Zij vrezen een teveel aan sociale huurwoningen, wat ten koste gaat van de aantrekkelijkheid van nieuwbouwprojecten.

Meer sociale huur

Later dit jaar komt Ivens met nieuwe plannen voor de Amsterdamse woningmarkt. Daar moeten nieuwe huizen op dit moment voldoen aan een verhouding van 40 procent sociale huur, 40 procent middensector en 20 procent vrije sector. Het aandeel sociale huurwoningen mag van Ivens eerder richting de 60 procent. “Bouwtechnisch komt dat financieel uit, tenzij je als belegger of ontwikkelaar op de top van de markt een grondpositie hebt verworven”, laat hij aan Het Parool weten. Aangezien de gemeente Amsterdam duidelijke eisen heeft gesteld, ziet Ivens eventuele verliezen als een “ondernemersrisico”. Vooral de nieuwbouw op grond die de gemeente zelf beheert, moet in hogere mate voor sociale huur bestemd zijn. “[Met de huidige 40 procent] gaan we het in de stad niet redden als we, zoals in het coalitieakkoord is afgesproken, per jaar minstens 2500 sociale woningen en 1670 middenhuurhuizen willen realiseren – van de 7500 die we in totaal willen bouwen.”

Ivens: “Per woningproject kijken wat er nodig is om het te laten slagen”

Vastgoedontwikkelaars vrezen echter dat projecten niet meer rendabel zijn door het toenemende aandeel sociale woningbouw. Corporatie De Alliantie en ontwikkelaar Maarten de Gruyter zijn daarom juist voor een verruiming van de regels voor de woningbouw. Zij stellen dat beleggers en ontwikkelaars zich anders terugtrekken. Dit is volgens Ivens “het laatste dat we moeten hebben”. Hij zegt daarom enige flexibiliteit toe: “Per woningproject kijken we wat er nodig is om het te laten slagen”.