Leiden verscherpt eisen aan verkamering

Foto Commons Wikimedia: W. Bulach

De gemeente Leiden hanteert sinds 1 januari nieuwe beleidsregels omtrent woningvorming en -onttrekking. Om de kamerverhuur en woningvorming beter te reguleren, stelt Leiden een quotum en afstandscriterium in. De reeds bestaande vergunningplicht blijft bovendien overeind. Daarmee wil de gemeente overlast beperken en de leefbaarheid bevorderen.

Controle over verkamering

Wie een Leidse woning voor kamerverhuur wilde gebruiken, had al een vergunning nodig om de woning aan de woningvoorraad te onttrekken. Om deze zogenaamde verkamering verder aan banden te leggen, hanteert de gemeente vanaf nu ook een quotum voor het maximum aantal te verkameren woningen. In een straat in de binnenstad mag dat 20 procent van de woningen zijn, in de schil om het centrum 8 procent en daarbuiten 5 procent. Buiten het centrum geldt daarnaast een afstandscriterium. Dat betekent dat de verkamerde woonruimten door minimaal twee niet-verkamerde panden gescheiden moeten zijn. Wel zondert de gemeente een aantal straten in de binnenstad uit van het quotum, en kan het in bijzondere gevallen afwijken van de percentages. Ook hoeft een woning waarvoor eerder een onttrekkingsvergunning is afgegeven niet aan de nieuwe regels te voldoen. Bovendien krijgen eigenaren die hun woningen vóór 1 april 2007 hebben verkamerd, na aanvraag een vergunning.

Spijker: “Goede balans houden en leefbaarheid verbeteren”

Fleur Spijker, wethouder Duurzame Verstedelijking, licht toe: “We willen een goede balans in de stad houden en in wijken waar veel overlast van verkamering wordt ervaren, de leefbaarheid verbeteren.” Verkamering zonder onttrekkingsvergunning is illegaal, benadrukt de gemeente. “De kracht van onze stad is, dat we met verschillende groepen samenleven”, aldus wethouder Spijker. “Ik hoop en verwacht dat we dat zo op een goede manier kunnen blijven doen.”

DELEN