Uit de Woontoegankelijkheidsmonitor van hypotheekverstrekker BLG Wonen blijkt dat kansen op een koopwoning voor huishoudens met een minder dan tweemaal modaal inkomen zeer beperkt zijn. Woningzoekenden die jaarlijks minder dan 76.000 euro verdienen, vinden maar in 18 procent van de gevallen binnen één jaar een koopwoning.
Soede: “Woningnood hét thema van de gemeenteraadsverkiezingen”
De Woontoegankelijkheidsmonitoring geeft de stand van de lokale woningmarkt weer aan de hand van het percentage woningzoekenden dat binnen één jaar een passende koopwoning vindt. “De lage scores voor gemeenten in heel Nederland tonen aan dat woontoegankelijkheid inmiddels een landelijk vraagstuk is”, stelt Frank Soede, directeur BLG Wonen. Volgens hem is de woningnood dan ook het thema van de gemeenteraadsverkiezingen. “Op lokaal niveau zijn gemeenten verantwoordelijk voor belangrijke keuzes over de woningmarkt”, licht Soede toe. “Waar, hoeveel en wat voor woningen er gebouwd worden ligt grotendeels in handen van het lokale bestuur.” Hij benadrukt dat geen enkele partij in de campagne daarom om deze problematiek heen kon.
Aanzienlijke verschillen
De Woontoegankelijkheidsmonitor laat ook zien dat er aanzienlijke verschillen zijn tussen gemeenten. Zo vindt in de toegankelijkste regio van Nederland, de Limburgse gemeente Eijsden-Margraten, 47 procent van de woningzoekenden binnen één jaar een koophuis. Naast Eijsden-Margraten bestaat de top vier toegankelijkste gemeentes uit nog drie Limburgse gemeentes: Horst aan de Maas, Mook en Middelaar en Gennep. Desalniettemin toont de monitor aan dat dus zelfs in de gemeentes met de hoogste woontoegankelijkheid minder dan de helft van de woningzoekenden binnen een jaar in hun zoektocht slaagt. Opvallend is dat streekgenoten Maastricht en Heerlen met 16 en 18 procent juist tot de top tien minst toegankelijke gemeentes behoren. Niet geheel verrassend is Amsterdam Nederlands minst toegankelijke gemeente, met een woontoegankelijkheid van slechts 14 procent.





