IVBN stelt wettelijke limiet aan reële huurstijging voor

Foto: Pixabay

De Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed Nederland (IVBN) pleit voor een wettelijke limiet aan de jaarlijkse reële huurstijging in de vrije sector. Daarmee willen de deelnemende woningbeleggers huurders meer zekerheid bieden. De IVBN stelt voor de jaarlijkse reële huurstijging in de vrije sector te beperken tot de inflatie, plus maximaal 7,5 procent in vijf jaar.

Wettelijke limiet

Het voorstel houdt in dat de reële huurstijging in vijf jaar gemiddeld niet hoger dan 1,5 procent per jaar mag zijn. Jaarlijks mag deze bovendien niet meer dan 2,5 procent bedragen. In een periode van vijf jaar is het dus slechts driemaal toegestaan om een huurverhoging 2,5 procent boven de inflatie te vragen, gecompenseerd met twee jaar zonder reële huurstijging. Nu komen huurder en verhuurder de aanvangshuur en jaarlijkse huurverhoging contractueel overeen. De reële huurverhoging kan daardoor tot wel 5 procent oplopen. De IVBN hoopt daaraan een wettelijke limiet te stellen. Dat betekent namelijk dat alle verhuurders in de vrije sector zich hieraan moeten houden, niet alleen de professionele partijen.

Van Blokland: “Reguleren of stimuleren, dat is de politieke keuze”

Het zogenaamde Middenhuurakkoord PLUS, zoals de IVBN het voorstel noemt, volgt op het Middenhuurakkoord dat de vereniging in juli aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en aan Amsterdam en Utrecht aanbood. De leden vullen de negen oorspronkelijke voorstellen leden nu aan, volgens directeur Frank van Blokland om duidelijkheid te krijgen in de vrije sector. Die duidelijkheid vraagt hij voor de huurders, voor wie hogere huurstijgingen dan inflatie plus 2,5 procent volgens hem niet meer aanvaardbaar zijn. Maar ook voor de verhuurders en beleggers, die van de politiek geen zekerheid krijgen over de dreigende regulering van de aanvangshuren. “Dat leidt tot verstarring om investeringsbeslissingen te kunnen nemen”, aldus Blokland. “Reguleren of stimuleren, dat is de politieke keuze”, concludeert hij dan ook.

DELEN